ECLI:NL:RBDHA:2014:16646
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek in familiezaak niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening
In een familiezaak over de vaststelling van een omgangsregeling met betrekking tot een minderjarig kind dienden de grootouders een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de rechtbank Den Haag. Het verzoek werd ingediend op 28 mei 2014, één dag na de zitting van 27 mei 2014.
De wrakingsgronden betroffen vermeende partijdigheid, gebaseerd op diverse omstandigheden die zich zowel vóór als tijdens de zitting hadden voorgedaan. De wrakingskamer oordeelde dat alle omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd zich reeds hadden voorgedaan voordat de rechtbank de behandeling ter zitting had gesloten. Hierdoor had het wrakingsverzoek direct tijdens de zitting ingediend moeten worden.
De rechtbank benadrukte dat het karakter van wraking vereist dat een gesignaleerde partijdigheid onmiddellijk aan de orde wordt gesteld en dat uitstel voor overleg niet past binnen dit proces. Omdat niet was gebleken dat de raadslieden ter zitting overleg hadden gevraagd met verzoekers over het wrakingsverzoek, werd geconcludeerd dat het verzoek te laat was ingediend en daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing werd op 11 juni 2014 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na sluiting zitting.