ECLI:NL:RBDHA:2014:16605
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen arbiters in geschil tussen apotheek en handelaar
In deze zaak heeft de verzoeker, handelend onder een bedrijfsnaam, een wrakingsverzoek ingediend tegen drie arbiters die waren benoemd in een arbitrageprocedure aangespannen door een apotheek. Het wrakingsverzoek betrof vermeende schendingen van het recht op een eerlijk proces, waaronder het niet toewijzen van een advocaat, het toelaten van belastende processen-verbaal zonder voldoende toetsing, onvoldoende gelegenheid om stellingen te onderbouwen, en het eisen van een hoog voorschot voor getuigenverhoren.
De arbiters en de apotheek hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen deze gronden. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat wraking slechts mogelijk is bij objectief gerechtvaardigde twijfel aan onpartijdigheid of onafhankelijkheid. De rechtbank concludeert dat de aangevoerde omstandigheden niet leiden tot een dergelijke twijfel. Het ontbreken van een toevoeging van een advocaat en de wijze van bewijswaardering zijn geen gronden voor wraking. Ook het voorschot voor getuigenverhoren tast de onpartijdigheid niet aan.
Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen en wordt het arbitraal geding voortgezet in de stand van het moment van het wrakingsverzoek. De beslissing is openbaar uitgesproken op 30 april 2014 door voorzieningenrechter G.P. van Ham.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de arbiters is afgewezen en het arbitraal geding wordt voortgezet.