Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
30 september 2014.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, van Sierra Leoonse nationaliteit, vroeg op 9 juli 2014 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan. Verweerder wees dit af op grond van artikel 30, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat verzoekster in Italië internationale bescherming geniet. Verzoekster betwistte dat zij een zodanige band met Italië heeft dat terugkeer redelijk is, mede vanwege haar gedwongen verblijf en detentie in erbarmelijke omstandigheden en haar kwetsbare positie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bij de beoordeling van de band met Italië alle relevante feiten en omstandigheden moet betrekken, waaronder aard, duur en omstandigheden van het verblijf. Verweerder had dit onvoldoende gemotiveerd, waardoor het besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel en vernietigd moest worden.
Desondanks vond de voorzieningenrechter dat verweerder ter zitting voldoende had toegelicht waarom de band met Italië toch aanwezig is en dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in Italië een situatie van foltering of onmenselijke behandeling zou ondervinden. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.