ECLI:NL:RBDHA:2014:12458
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen doorhaling inschrijving marktregister dagplaatshouder Den Haag
Verzoeker, dagplaatshouder op de Haagse Markt, werd geconfronteerd met een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om zijn inschrijving in het marktregister door te halen per 1 oktober 2014. Dit besluit was genomen op basis van vermeende overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij stelde dat het besluit onterecht was omdat artikel 12 van Pro de Marktverordening Den Haag 2013, dat de grondslag vormt voor doorhaling van inschrijving, niet van toepassing is op de overtreding die hem werd verweten. Artikel 13, waarop verweerder zich beroept, geldt alleen voor vergunninghouders, niet voor dagplaatshouders zoals verzoeker.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het doorhalen van de inschrijving van verzoeker in het marktregister. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom toegewezen en het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot doorhaling van de inschrijving van verzoeker in het marktregister wordt geschorst wegens ontbreken van een wettelijke grondslag.