Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het op 5 september 2014 ingekomen verzoekschrift,
- het op 23 september 2014 ingekomen verweerschrift,
- de brief van mr. Ten Broeke van 22 september 2014.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van een gedetineerde die uitlevering aan de Verenigde Staten betwistte. Hij vroeg om een voorlopig deskundigenonderzoek door een psycholoog en psychiater om zijn chronische psychische problematiek te onderzoeken voorafgaand aan het kort geding over uitlevering.
De rechtbank overwoog dat een voorlopig deskundigenonderzoek in beginsel gelast moet worden indien het verzoek concreet en relevant is, tenzij dit in strijd is met een goede procesorde. Gezien de fase van de onderliggende kort gedingprocedure, die gepland stond op 6 november 2014, en de reeds aanwezige psychologische rapportages, oordeelde de rechtbank dat het verzoek tot voorlopig onderzoek de procedure zou vertragen en daarmee de goede procesorde zou schenden.
De rechtbank benadrukte dat de voorzieningenrechter in het kort geding zelf kan beoordelen of de bestaande rapportages voldoende duidelijkheid bieden of dat nader onderzoek nodig is. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek af om de voortgang van de kort gedingprocedure niet te belemmeren.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek wordt afgewezen vanwege schending van de goede procesorde.