Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2014 in de zaak tussen
[eiser], te [plaats], eiser
de Plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
huwelijk
Rechtbank Den Haag
Eiser huurt sinds 23 december 2013 samen met zijn vriendin een zelfstandige woonruimte en ontvangt een tegemoetkoming voor woon-werkverkeer. Verweerder stelde dat eiser geen eigen huishouding voert omdat zijn vriendin niet als partner in de zin van het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt aangemerkt en het huurcontract mede op naam van zijn vriendin staat.
Eiser betoogde dat hij voldoet aan de criteria voor eigen huishouding, waaronder inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie en een rechtsgeldige huurovereenkomst. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het mede op naam staan van het huurcontract door een niet-partner zou uitsluiten dat eiser een eigen huishouding voert.
De rechtbank stelde vast dat de feitelijke woonsituatie bepalend is en dat eiser zelfstandige woonruimte bewoont, anders dan bij zijn ouders. Het beroep werd gegrond verklaard wegens strijd met het motiveringsbeginsel en het bestreden besluit werd vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.