Rijkswaterstaat hield een Europese aanbesteding voor Groot Onderhoud Vaarwerken fase 4c, waarbij twee inschrijvingen werden ontvangen van [AB] en [C] [D]. Rijkswaterstaat was voornemens de opdracht te gunnen aan [C] [D] vanwege een hogere score op het kwaliteitscriterium projectbeheersing. Echter, het plan van aanpak van [C] [D] bestond uit 11 pagina's in plaats van de maximaal toegestane 10, en bevatte een bijlage op A3-formaat in plaats van A4.
Eiser [AB] stelde dat deze inschrijving ongeldig moest worden verklaard vanwege niet-naleving van de aanbestedingsvoorschriften. De voorzieningenrechter oordeelde dat het voorschrift duidelijk was en dat de overschrijding niet kon worden gezien als een eenvoudige precisering of het rechtzetten van een kennelijke materiële fout. Het buiten beschouwing laten van de bijlage zou arbitrair zijn en in strijd met de beginselen van gelijke behandeling en transparantie.
Rijkswaterstaat en [C] [D] voerden aan dat de bijlage buiten beschouwing kon worden gelaten, maar dit werd verworpen. De voorzieningenrechter verklaarde de inschrijving van [C] [D] ongeldig en beval Rijkswaterstaat de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en de opdracht aan [AB] te gunnen, voor zover Rijkswaterstaat de opdracht nog wenst te gunnen.
Daarnaast werd Rijkswaterstaat veroordeeld in de proceskosten van [AB], en werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.