ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens onjuiste gegevens over werkzaamheden
Verzoekers, een vreemdeling en zijn dochter, kregen hun verblijfsvergunningen ingetrokken en inreisverboden opgelegd nadat was vastgesteld dat zij onjuiste gegevens hadden verstrekt over de aard van de werkzaamheden die de vreemdeling verrichtte. De vergunningen waren verleend onder de beperking arbeid in loondienst bij een specifieke werkgever, maar verzoeker verrichtte structureel andere werkzaamheden die niet met de vergunning overeenkwamen.
De rechtbank oordeelt dat indien de juiste gegevens bekend waren geweest, de vergunningen en tewerkstellingsvergunningen niet zouden zijn verleend. Ook het salaris dat was opgegeven bleek niet te kloppen. Verzoekers voerden onder meer aan dat zij niet voldoende gelegenheid hadden gehad om hun zienswijze te geven en dat verzoekster niet was gehoord, maar de rechtbank stelt dat verzoekers voldoende gelegenheid hebben gehad om te reageren, ook tijdens de hoorzitting.
Verder oordeelt de rechtbank dat de inreisverboden terecht zijn opgelegd en dat verzoekers onvoldoende bijzondere individuele omstandigheden hebben aangevoerd om hiervan af te zien of de duur te verkorten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunningen en de oplegging van inreisverboden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.