ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring Bulgaarse cocaïnesmokkelaar wegens bedreiging openbare orde
Eiser, een Bulgaarse staatsburger, is op 22 augustus 2011 op Schiphol aangehouden wegens het smokkelen van cocaïne. Hij werd veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf en verbleef daarna in vreemdelingenbewaring. Verweerder heeft bij besluit van 20 juni 2012 zijn verblijf beëindigd en hem ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde in beroep dat zijn gedrag geen actuele bedreiging voor de openbare orde vormt en dat de ongewenstverklaring onterecht is. De rechtbank stelt vast dat het persoonlijk gedrag van eiser, dat heeft geleid tot de strafrechtelijke veroordeling, een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, conform Richtlijn 2004/38/EG.
De rechtbank benadrukt dat de beoordeling is gebaseerd op het gedrag dat tot de veroordeling heeft geleid en niet louter op de veroordeling zelf. Het feit dat eiser bewust de risico’s van drugssmokkel accepteerde en verklaarde uitsluitend naar Nederland te zijn gekomen om cocaïne te lossen, onderstreept de actualiteit van de bedreiging.
Gezien het ontbreken van enige relevante binding met Nederland en het belang van de openbare orde, oordeelt de rechtbank dat de beëindiging van het verblijf en de ongewenstverklaring terecht zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van verblijf en ongewenstverklaring wordt bevestigd.