ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3162
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit wegens niet-juridisch vaderschap
Verzoekers, geboren in de Verenigde Staten en Ivoorkust, vroegen de rechtbank vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezitten via hun biologische vader [X], die in de geboorteakten als vader vermeld staat. De moeder was ten tijde van de geboorten echter gehuwd met een andere man, waardoor het juridisch vaderschap aan [X] niet kan worden toegekend volgens Nederlands recht.
De rechtbank oordeelde dat erkenning van vaderschap in de geboorteakten niet kan worden erkend vanwege strijd met de Nederlandse openbare orde, mede omdat er geen bewijs is dat het juridische vaderschap van de echtgenoot van de moeder is ontkend. Ook het beroep op bezit van staat faalde vanwege het ontbreken van voldoende aanknoping met de Nederlandse rechtssfeer en het risico op dubbele juridische vaderschap.
De rechtbank verklaarde het verzoek ten aanzien van de minderjarige [C] niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van gezagsverhouding volgens Ghanees recht. Het verzoek ten aanzien van [A] en [B] werd afgewezen. Er werd tevens overwogen dat het EVRM geen recht op een bepaalde nationaliteit verleent.
De beslissing werd genomen door mr. H. Wien, mr. J.J. van der Helm en mr. A.M. Brakel en uitgesproken op 7 juni 2013.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit werd afgewezen en het verzoek ten aanzien van de minderjarige niet-ontvankelijk verklaard.