ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8057
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen nietigverklaring Schengenvisum en weigering toegang Nederland
Verzoekers, afkomstig uit Palestina, vroegen een voorlopige voorziening aan tegen de weigering van toegang tot Nederland en de nietigverklaring van hun Schengenvisa. De weigering volgde na een grenscontrole op Schiphol waarbij twijfel ontstond over het opgegeven verblijfsdoel. Verzoekers hadden verklaard hun broers in Noorwegen en Hongarije te bezoeken, maar de verklaringen van de broers en het reisverloop kwamen niet overeen met het opgegeven reisdoel.
Daarnaast beschikten verzoekers niet over een geldig reisdocument, aangezien hun paspoorten waren afgegeven door Palestina, een niet door Nederland erkende staat. De Hongaarse autoriteiten waren geïnformeerd over de nietigverklaring en stemden hiermee in. De voorzieningenrechter oordeelde dat de nietigverklaring rechtmatig was en dat verweerder terecht de toegang tot Nederland had geweigerd.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat verzoekers niet voldeden aan de toegangsvoorwaarden uit de Schengengrenscode en de Visumcode. Er was sprake van een spoedeisend belang, maar de belangenafweging en voorlopige rechtmatigheidstoets gaven geen aanleiding tot het treffen van een voorziening. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening tegen nietigverklaring Schengenvisum en weigering toegang tot Nederland wordt afgewezen.