ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Merkinbreuk en onrechtmatig handelen met namaakkleding Tommy Hilfiger
De zaak betreft een procedure van Tommy Hilfiger Licensing LLC en Tommy Hilfiger Europe B.V. tegen diverse gedaagden, waaronder natuurlijke personen en vennootschappen, wegens vermeende merkinbreuk en onrechtmatig handelen met namaakkleding voorzien van de merken Tommy Hilfiger. De rechtbank Den Haag oordeelt dat er voldoende aanwijzingen zijn dat gedaagden betrokken zijn bij de handel in namaakkleding, onder meer gebaseerd op proefaankopen, e-mailcorrespondentie, en conservatoir bewijsbeslag op kleding en administratie.
Hoewel niet alle gedaagden direct merkinbreuk is bewezen, is het vermoeden van onrechtmatig handelen voldoende voor toewijzing van voorlopige voorzieningen. De rechtbank beveelt inzage in de beslagen administratie door een onafhankelijke registeraccountant en legt een provisioneel verbod op onrechtmatig handelen jegens Tommy Hilfiger op aan enkele gedaagden. De procedure wordt aangehouden totdat het rapport van de registeraccountant beschikbaar is.
De rechtbank verwerpt het verweer van gedaagden dat de kleding authentiek zou zijn en benadrukt dat het zonder toestemming verhandelen van kleding met de merken binnen de EER als merkinbreuk geldt. Tevens wordt het verweer van gedaagden dat een exclusieve licentie ontbreekt voor één eiser afgewezen. De beslissing over de hoofdzaak wordt aangehouden voor nadere beoordeling na inzage in de administratie.
Uitkomst: Voorlopige voorzieningen toegewezen waaronder inzage in beslagen administratie en verbod op onrechtmatig handelen, hoofdzaak aangehouden voor verdere behandeling.