ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5084
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. van Ham
- D.H. von Maltzahn
- A.M. Brakel
- Rechtspraak.nl
Niet-erkentenis bigamie en nationaliteitsvraag bij huwelijk na verstoting in Marokko
De rechtbank behandelt een verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit van zeven kinderen van verzoeker, die meerdere huwelijken heeft gesloten. Verzoeker was gehuwd met [Y] en sloot later een huwelijk met [Z], terwijl het eerdere huwelijk niet ontbonden was volgens de Nederlandse rechtsorde.
Verzoeker stelde dat het huwelijk met [Y] ontbonden was door verstoting, eenzijdig volgens Marokkaans recht, maar hij kon niet aantonen dat [Y] hiermee instemde. De rechtbank oordeelde dat zonder instemming de ontbinding niet erkend kan worden in Nederland, waardoor het tweede huwelijk bigamie is en niet erkend wordt.
Hierdoor worden zes kinderen uit het tweede huwelijk niet als Nederlandse staatsburgers erkend, terwijl het eerste kind uit het eerste huwelijk wel de Nederlandse nationaliteit bezit. De rechtbank verwierp ook het beroep op schending van EVRM-artikelen 8 en 14, omdat het Nederlandse recht voldoende waarborgen biedt en het onderscheid gerechtvaardigd is.
Uitkomst: Het eerste huwelijk en het kind daaruit worden erkend met Nederlandse nationaliteit; het tweede huwelijk wordt niet erkend en de zes kinderen uit dat huwelijk krijgen geen Nederlandse nationaliteit.