ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen wilsovereenstemming in endorsementovereenkomst wegens ongeregelde rechtenkwesties en vrije onderhandelingsbeëindiging
In deze zaak stond de vraag centraal of tussen Firefly Management B.V. en Stichting Bloemenbureau Holland (BBH) een geldige overeenkomst tot stand was gekomen over endorsement van een artiest, waarbij rechtenkwesties met derden zoals Universal Music Publishing niet waren geregeld. Firefly stelde dat een zogeheten rompovereenkomst bestond en dat BBH onrechtmatig de onderhandelingen had afgebroken. BBH betwistte dit en stelde dat de onderhandelingen slechts waren opgeschort vanwege onzekerheden over subsidie.
De rechtbank oordeelde dat geen volledige wilsovereenstemming bestond omdat essentiële rechtenkwesties niet waren geregeld, wat een voorwaarde was voor de samenwerking. De vrijheid van BBH om de onderhandelingen op te schorten werd bevestigd, en het standpunt van Firefly dat sprake was van een rauwelijkse opzegging werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat Firefly niet gerechtigd was tot vorderingen voor rechten die aan derden toebehoorden, mede omdat de last en volmacht niet in de dagvaarding waren vermeld.
De vordering van Firefly werd afgewezen, behalve een bedrag van € 10.000 dat BBH moest betalen op grond van een e-mailafspraak indien geen samenwerkingsovereenkomst tot stand kwam. De vordering van BBH in reconventie werd eveneens afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis werd gewezen door rechter L. Alwin en op 13 februari 2013 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van Firefly wordt afgewezen behalve een bedrag van € 10.000, de vordering van BBH in reconventie wordt afgewezen, en de proceskosten worden gecompenseerd.