ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1521
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag na betaling vonnis ondanks lopend hoger beroep
In deze zaak vorderde eiseres de opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagde was gelegd op haar woning en parkeerplaats. Gedaagde had werkzaamheden verricht aan de woning en vorderde betaling, waarop eiseres en haar partner betrokken raakten in een procedure. Hoewel de bodemrechter in eerste aanleg een vonnis had gewezen waarin eiseres werd veroordeeld tot betaling wegens ongerechtvaardigde verrijking, was dit vonnis nog niet betekend en was er hoger beroep mogelijk.
Eiseres had het vonnis echter al voldaan, terwijl zij zich het recht voorbehoud om tegen het vonnis in hoger beroep te gaan. Gedaagde handhaafde het beslag, maar gaf aan dit slechts als pressiemiddel te doen om eiseres te dwingen zich neer te leggen bij het vonnis. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit geen rechtens te respecteren belang is en dat het belang van eiseres bij opheffing van het beslag zwaarder weegt.
Daarom werd het conservatoir beslag opgeheven, ondanks het lopende hoger beroep en het feit dat het vonnis nog niet betekend was. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis benadrukt de belangenafweging die bij conservatoir beslag moet plaatsvinden, zeker wanneer het beslag wordt gebruikt als drukmiddel terwijl aan het vonnis is voldaan.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op de woning en parkeerplaats wordt opgeheven omdat eiseres aan het vonnis heeft voldaan en het beslag slechts als pressiemiddel wordt gehandhaafd.