ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1436
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verrekening voorarrest met tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf in andere zaak
Eiser werd in twee afzonderlijke strafzaken veroordeeld tot gevangenisstraffen, waaronder een voorwaardelijke straf van 54 dagen in zaak 1 en een onvoorwaardelijke straf in zaak 2 met aftrek van voorarrest. Eiser zat in zaak 2 119 dagen in voorarrest, waarvan hij meent dat 57 dagen te veel zijn en dat deze dagen verrekend moeten worden met de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf van 54 dagen uit zaak 1.
De advocaat van eiser verzocht de officier van justitie om deze verrekening toe te passen, maar dit werd geweigerd met verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad waarin is bepaald dat voorlopige hechtenis in andere strafzaken niet verrekend kan worden met tenuitvoerlegging van een straf.
De voorzieningenrechter stelt dat het wettelijk stelsel bepaalt dat een onherroepelijke straf ten uitvoer moet worden gelegd en dat geen wettelijke grond bestaat om de voorwaardelijke straf in zaak 1 te verrekenen met het voorarrest in zaak 2, omdat artikel 27 Sr Pro alleen ziet op verrekening binnen dezelfde strafzaak.
De vordering van eiser wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat rechtsgelijkheid en wettelijke kaders prevaleren boven individuele verzoeken tot verrekening tussen verschillende strafzaken.
Uitkomst: De vordering tot verrekening van voorarrest met tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf wordt afgewezen.