ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1403
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen Port-o-Let tegen Ministerie inzake aanbestedingsprocedure mobiele sanitaire voorzieningen
Het Ministerie van Defensie startte in januari 2012 een aanbestedingsprocedure voor mobiele sanitaire voorzieningen, waarbij Port-o-Let als zittend opdrachtnemer deelnam. Na een voorlopige gunningsbeslissing trok het Ministerie de procedure in juni 2012 in, waarna de overeenkomst met Port-o-Let werd verlengd tot eind 2012. In augustus 2012 startte het Ministerie een heraanbesteding, waarbij Port-o-Let niet als winnaar uit de bus kwam.
Port-o-Let stelde in kort geding dat de aanbestedingsprocedure onrechtmatig was verlopen vanwege onder meer het accepteren van niet-specifieke VCA**-certificaten, gebrekkige communicatie, onvoldoende motivering van de gunningsbeslissing, tegenstrijdige mededelingen en het accepteren van irreële inschrijvingen. Daarnaast stelde Port-o-Let dat het Ministerie onrechtmatig handelde door een overeenkomst met een andere partij te sluiten terwijl de verlengde overeenkomst met Port-o-Let nog van kracht was.
De rechtbank oordeelde dat het Ministerie beoordelingsvrijheid heeft bij het accepteren van VCA**-certificaten en dat de eisen voldoende eenduidig waren. De gebrekkige communicatie en motivering konden niet leiden tot staking van de procedure. Ook was niet aannemelijk dat een irreële inschrijving was geaccepteerd. De verlengde overeenkomst met Port-o-Let was niet onrechtmatig beëindigd. Alle vorderingen van Port-o-Let werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst alle vorderingen van Port-o-Let af en veroordeelt haar in de proceskosten.