ECLI:NL:RBDHA:2013:8514
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen heffing stakingswinst na staking onderneming vóór overlijden
Eiseres was gehuwd met erflater die een onderneming dreef in een pand met een bedrijfs- en woongedeelte. In 2007 staakte erflater om gezondheidsredenen de onderneming, waarna het pand te koop werd gezet maar onverkocht bleef. Erflater overleed in 2010. Verweerder legde een aanslag op waarin de boekwinst op de bedrijfsruimte als stakingswinst werd belast. Eiseres betoogde dat artikel 3.62 Wet IB 2001 toepassing vond omdat de onderneming voortgezet zou zijn tot verkoop na overlijden, en voerde subsidiarisch aan dat de stakingswinst te hoog werd vastgesteld en dat landbouwvrijstelling van toepassing zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat artikel 3.62 Wet IB 2001 alleen geldt indien de onderneming wordt gestaakt door overlijden, wat hier niet het geval was. De onderneming was in 2007 gestaakt, en het feit dat de liquidatie nog niet was voltooid bij overlijden maakt dit niet anders. De aanslag is daarom terecht opgelegd. De rechtbank verwierp ook de subsidiaire bezwaren over waardedruk en landbouwvrijstelling op feitelijke en juridische gronden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting over 2010 wordt ongegrond verklaard.