ECLI:NL:RBDHA:2013:6997
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning verblijf bij echtgenoot wegens ontbreken mvv
Eiseres, een Iraakse vreemdeling, vroeg een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan voor verblijf bij haar echtgenoot in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstellingsgrond van toepassing was. Eiseres stelde dat de afwijzing onterecht was en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een mvv inderdaad een geldige reden is voor afwijzing volgens de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het mvv-vereiste niet zou leiden tot een schending van het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. Tevens was eiseres niet gehoord in de bezwaarprocedure, wat volgens de rechtbank een schending van de hoorplicht was.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van gezinsleven tussen eiseres, haar Nederlandse echtgenoot en hun minderjarige kinderen. Verweerder had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het gezinsleven buiten Nederland kon worden uitgeoefend zonder objectieve belemmeringen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.