ECLI:NL:RBDHA:2013:19702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsontneming in vreemdelingenbewaring
Eiser, van Palestijnse nationaliteit, werd op 28 april 2012 de toegang tot Nederland geweigerd en onderging een vrijheidsontnemende maatregel in het Aanmeldcentrum Schiphol. Vanaf 8 mei 2012 werd deze maatregel voortgezet in het Detentiecentrum Schiphol. Verweerder bood een schadevergoeding van €50 per dag aan voor de periode van onrechtmatige vrijheidsontneming, maar eiser betwistte dit bedrag.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel vanaf 21 mei 2012 onrechtmatig was omdat eiser niet tijdig door de rechtbank was gehoord, zoals vereist op grond van artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt dat bij onrechtmatige vrijheidsontneming een normbedrag van €80 per dag wordt toegekend, zowel voor verblijf in het Aanmeldcentrum als in het Detentiecentrum.
Verweerder kon niet aannemelijk maken dat de situatie in het Aanmeldcentrum en Detentiecentrum was veranderd waardoor een lager bedrag gerechtvaardigd zou zijn. De rechtbank wees het lagere aanbod van €50 per dag af en kende eiser een schadevergoeding toe van in totaal €3360. Daarnaast werden proceskosten van €1180 toegewezen aan eiser.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 23 mei 2013 en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €80 per dag toe voor de onrechtmatige vrijheidsontneming vanaf 21 mei 2012.