ECLI:NL:RBDHA:2013:18501
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod en schorsing executie straf op naam van vermeende veroordeelde
Eiseres werd gedetineerd op grond van straffen die zijn opgelegd aan een persoon wier identiteit overeenkomt met die van eiseres volgens vingerafdrukken. Eiseres ontkent de identiteit en vordert in kort geding dat de Staat wordt verboden of geschorst om de straffen op haar naam uit te voeren totdat onherroepelijk is vastgesteld dat zij de veroordeelde is.
De rechtbank stelt vast dat voor situaties waarin iemand ontkent de veroordeelde te zijn, een strafvorderlijke procedure volgens artikelen 579 en 580 Sv bestaat, die met waarborgen is omkleed en spoedig tot een rechterlijke beslissing kan leiden. De Staat heeft deze procedure inmiddels opgestart na aankondiging van het kort geding.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet aan de civiele rechter is om de identiteit vast te stellen en dat de detentie rechtmatig is zolang de strafvorderlijke procedure loopt. Het verzoek van eiseres wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod en schorsing van de executie van straffen op naam van een vermeende veroordeelde wordt afgewezen.