Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[A],
[B],
Rechtbank Den Haag
Eisers, ouders van drie minderjarige kinderen, vorderden in kort geding de intrekking van Europese arrestatiebevelen en het verbod op medewerking aan kinderbeschermingsmaatregelen. Deze arrestatiebevelen waren uitgevaardigd vanwege vermeende onttrekking van de kinderen aan het toezicht van Bureau Jeugdzorg nadat de kinderen met de ouders naar Duitsland waren verhuisd.
De rechtbank overwoog dat dezelfde vorderingen reeds in eerdere procedures waren behandeld en afgewezen, waarbij ook hoger beroep was ingesteld. Het opnieuw voorleggen van dezelfde vorderingen zonder nieuwe feiten werd aangemerkt als misbruik van procesrecht. Daarnaast werd vastgesteld dat de arrestatiebevelen gebaseerd zijn op een strafrechtelijke verdenking van overtreding van artikel 279 Sr Pro en niet louter civielrechtelijke gronden.
De rechtbank wees ook de vordering af die strekte tot het verbieden van medewerking aan kinderbeschermingsmaatregelen, omdat de Nederlandse rechter bevoegd was verklaard en geen gebreken aan de tenuitvoerlegging waren vastgesteld. De vordering tot ongedaanmaking van uitschrijving uit het bevolkingsregister werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan bewijs van betrokkenheid van de Staat.
Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en op 7 november 2013 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en veroordeelt hen in de proceskosten.