ECLI:NL:RBDHA:2013:14707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verlaging leges bij aanvraag verblijfsvergunning arbeid in loondienst
Eiser, een Kaapverdische nationaliteit houdende vreemdeling, diende een aanvraag in tot wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van arbeid bij een werkgever naar een andere werkgever. Deze aanvraag en de verlenging van de verblijfsvergunning werden afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige tewerkstellingsvergunning.
Eiser stelde tevens dat de geheven leges onredelijk hoog waren en verwees naar een arrest van het Hof van Justitie van de EU en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank oordeelde dat eiser niet de status van langdurig ingezetene bezit en dat het arrest van het HvJ EU niet op hem van toepassing is. Ook het beroep op de richtlijn 2011/98/EG werd verworpen omdat de implementatietermijn nog niet was verstreken.
De rechtbank concludeerde dat de leges terecht zijn geheven en dat er geen aanleiding is deze te verlagen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de aanvraag en verlaging van leges wordt ongegrond verklaard.