ECLI:NL:RBDHA:2013:13758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Opheffing ongewenstverklaring en oplegging inreisverbod van tien jaar wegens opiumdelict en recidive
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling die sinds 1987 in Nederland verblijft, was sinds 2006 ongewenst verklaard. Na meerdere afwijzingen van verzoeken tot opheffing van deze verklaring, heeft verweerder bij besluit van 27 september 2012 de ongewenstverklaring opgeheven en een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege veroordelingen, waaronder een opiumdelict.
Eiser voerde aan dat een ongewenstverklaring niet gelijk is aan een inreisverbod en dat een inreisverbod van tien jaar niet gerechtvaardigd is, mede omdat het drugsdelict twintig jaar geleden plaatsvond en hij sinds zes jaar niet meer is veroordeeld. Verweerder stelde dat eiser een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde en dat het inreisverbod conform de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit rechtmatig is opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een inhoudelijke beoordeling vereist en dat de Terugkeerrichtlijn correct is geïmplementeerd. Gezien de recidive en de aard van de veroordelingen, waaronder een opzetheling in 2006, was het opleggen van een inreisverbod van tien jaar gerechtvaardigd. Tevens was voldoende gelegenheid gegeven aan eiser om zijn zienswijze te geven en was het besluit deugdelijk gemotiveerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod van tien jaar wordt ongegrond verklaard.