ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2562
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling binnen fiscale eenheid voor naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende maakte deel uit van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Na een boekenonderzoek werden naheffingsaanslagen opgelegd over de jaren 2002 tot en met 2005, mede naar aanleiding van het faillissement van een van de vennootschappen binnen de fiscale eenheid.
De kern van het geschil betrof de vraag of de naheffingsaanslagen terecht aan de fiscale eenheid waren opgelegd, of aan de failliete vennootschap afzonderlijk, of dat belanghebbende aansprakelijk kon worden gesteld. Tevens stond ter discussie of de formele vereisten van aansprakelijkstelling waren nageleefd en of belanghebbende terecht aansprakelijk werd gesteld voor kosten en invorderingsrente.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslagen terecht aan de fiscale eenheid waren opgelegd, mede gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad. Verder was belanghebbende op het moment van aansprakelijkstelling in gebreke met betaling, aangezien het uitstel van betaling was ingetrokken en de ontvanger had gewezen op het ontbreken van uitstel. Ten slotte was belanghebbende mede verantwoordelijk voor het betalingsgedrag binnen de fiscale eenheid, waardoor de aanspraak op kosten en rente terecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling bevestigd.