ECLI:NL:RBBRE:2012:BY8462

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
14 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/401
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bepaling van taxatiekosten voor een woning door de rechtbank

In deze zaak heeft de Rechtbank Breda op 14 augustus 2012 uitspraak gedaan in een geschil over de vergoeding van taxatiekosten voor een woning. De belanghebbende had verzocht om vergoeding van de kosten in bezwaar, die door de heffingsambtenaar waren vastgesteld op € 50 inclusief omzetbelasting. De heffingsambtenaar had eerder de waarde van de woning vastgesteld op € 383.000, maar na bezwaar was deze waarde verlaagd naar € 332.000, waarbij een kostenvergoeding van € 719,85 was verstrekt, inclusief een vergoeding voor een taxatierapport.

De rechtbank heeft op de zitting van 31 juli 2012 de gemachtigde van de belanghebbende en de vertegenwoordiger van de heffingsambtenaar gehoord. De belanghebbende stelde dat het werkelijke uurtarief voor de taxatie € 80 per uur bedroeg, maar de rechtbank oordeelde dat het uurtarief van € 50 inclusief omzetbelasting redelijk was. De rechtbank baseerde deze beslissing op de aard van de werkzaamheden van de taxateur, die volgens de rechtbank niet van zodanige bijzondere aard waren dat een hoger tarief gerechtvaardigd was.

Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep van de belanghebbende ongegrond verklaard en geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op dezelfde dag door de rechter en griffier. Partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 12/401
Uitspraakdatum: 14 augustus 2012
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de [gemeente X],
de heffingsambtenaar.
De bestreden besluit
Het besluit van de heffingsambtenaar van 20 december 2011 op het verzoek van belanghebbende om vergoeding van de kosten in bezwaar.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 juli 2012 te Breda.
Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te Heteren , en namens de heffingsambtenaar, [gemachtigden].
1. Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
2. Gronden
2.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de woning aan de [adres] te [woonplaats], per waardepeildatum 1 januari 2010 (hierna: de waardepeildatum), vastgesteld voor het kalenderjaar 2011 op € 383.000. In de uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de waarde verminderd tot € 332.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd. De heffingsambtenaar heeft daarbij aan belanghebbende een kostenvergoeding verstrekt van € 719,85. In dit bedrag is een vergoeding opgenomen voor het door belanghebbende in de bezwaarfase overgelegde taxatierapport. De heffingsambtenaar heeft voor deze taxatiewerkzaamheden vier uren vergoed naar een tarief van € 42,02 exclusief omzetbelasting per uur. Nu de omzetbelasting op belanghebbende drukt en voormeld uurtarief inclusief omzetbelasting uitkomt op € 50, heeft de heffingsambtenaar voor de taxatiewerkzaamheden in totaal een bedrag van € 200 vergoed.
2.2. In geschil is de vergoeding voor de taxatiekosten. Het aantal te vergoeden uren is niet in geschil.
2.3. Volgens belanghebbende dient het werkelijke uurtarief van € 80 per uur te worden vergoed, zoals blijkt uit de factuur die behoort tot de stukken van het geding. De rechtbank overweegt hierover het volgende. De rechtbank is van oordeel dat de werkzaamheden van de taxateur in beginsel dienen te worden aangemerkt als werkzaamheden van bijzondere aard in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel b van het Besluit juncto artikel 6 van het Besluit tarieven strafzaken 2003 (Hoge Raad, 13 juli 2012, LJN: BX0904). Nu in het onderhavige geval sprake is van taxatie van een woning, is naar het oordeel van de rechtbank een uurtarief van € 50 (inclusief omzetbelasting) redelijk. De rechtbank acht dergelijke taxatiewerkzaamheden niet in die mate van bijzondere aard dat de vergoeding zou moeten worden gebaseerd op een hoger uurtarief dan € 50 inclusief omzetbelasting.
2.4. Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard.
2.5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan op 14 augustus 2012 door mr. W.A.P. van Roij, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd, griffier.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 28 augustus 2012
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.