ECLI:NL:RBBRE:2012:BY4533
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet aannemelijk dienstbetrekkingen prostituees bij exploitatie privéhuizen
Belanghebbende exploiteerde twee privéhuizen waar prostituees diensten verleenden aan klanten. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting op over 2005, stellende dat er sprake was van dienstbetrekkingen tussen belanghebbende en de prostituees. De rechtbank onderzocht of de vereiste elementen voor een dienstbetrekking aanwezig waren: persoonlijke arbeid, loonbetaling en gezagsverhouding.
De rechtbank oordeelde dat de aanwezigheid van bonnen over kamerverhuur en de verdeling van betalingen niet voldoende bewijs vormde voor het bestaan van dienstbetrekkingen. Ook getuigenverklaringen en tapgesprekken uit 2008/2009 waren niet relevant voor de situatie in 2005 en boden onvoldoende bewijs. Het feit dat prostituees bij belanghebbende in huis woonden, werd niet als doorslaggevend gezien, mede omdat ook niet-prostituees op dat adres verbleven en er sprake was van een kamerverhuurbedrijf.
Daarnaast bracht de rechtbank twijfel aan het controlerapport van de Belastingdienst, omdat de administratie waarop het rapport was gebaseerd ongezien was teruggegeven aan belanghebbende. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting over 2005 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van dienstbetrekkingen tussen belanghebbende en prostituees.