ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2906
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderopvangtoeslag wegens ontbreken gedagtekende schriftelijke overeenkomst
Eiser maakte aanspraak op kinderopvangtoeslag voor 2008 voor opvang via een gastouderbureau. Verweerder herzag het voorschot kinderopvangtoeslag en stelde dat voor de periode januari tot en met oktober 2008 geen recht bestond omdat geen gedagtekende schriftelijke overeenkomst was overlegd en niet was aangetoond dat kosten waren gemaakt.
Eiser stelde dat er wel een overeenkomst was en dat er kosten waren gemaakt, onder meer door wederzijdse opvang en maandelijkse afrekeningen. Ter zitting overhandigde eiser een overeenkomst waarvan de tweede pagina niet door het gastouderbureau was ondertekend en waarvan de datum mogelijk later was toegevoegd. Ook overhandigde hij een faxvoorblad en faxbevestiging die zouden aantonen dat hij op 7 juli 2008 een overeenkomst had gefaxt.
De rechtbank oordeelde dat een niet-gedagtekende overeenkomst geen bewijs vormt voor recht op toeslag. De faxstukken toonden niet aan dat het gastouderbureau een overeenkomst in haar administratie had. Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Breeman op 8 oktober 2012. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard wegens ontbreken gedagtekende overeenkomst; proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.