ECLI:NL:RBBRE:2012:BY1576
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- C.A.F.M. Stassen
- W.A.P. van Roij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2004 en omkering bewijslast
Belanghebbende, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap, verrichtte vanaf 2004 activiteiten in Nederland, waaronder de verkoop van Limiteds en secretariaatsdiensten. De inspecteur stelde een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2004 vast na onvoldoende beantwoording van vragen door belanghebbende en op basis van gegevens uit het Verenigd Koninkrijk.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende haar omzet en winst aanzienlijk te laag had opgegeven en dat de inspecteur terecht de bewijslast had omgekeerd wegens het niet voldoen aan informatieverplichtingen. Belanghebbende had geen overtuigend bewijs geleverd dat de aanslag onjuist was en de rechtbank verwierp haar stellingen over overdracht van activiteiten en niet-betaalde afnemers.
Ook de door belanghebbende geclaimde kostenaftrek werd niet erkend wegens gebrek aan bewijs. Het beroep tegen de navorderingsaanslag en de heffingsrente werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees het verzoek tot overdracht van de zaak aan een gerecht in het Verenigd Koninkrijk af en oordeelde dat de correspondentie in het Nederlands mocht plaatsvinden ondanks taalproblemen van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2004 en heffingsrente wordt ongegrond verklaard.