ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9480
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag terecht opgelegd wegens fout in aftrek dubbele belasting box 3
Belanghebbende diende elektronisch zijn aangifte inkomstenbelasting 2008 in met een verzoek tot aftrek ter voorkoming van dubbele belasting in box 3 volgens de vrijstellingsmethode. De belastingdienst verleende echter de aftrek volgens de verrekenmethode, waardoor een te lage aanslag werd opgelegd. Na ontdekking van deze fout in het aangifteprogramma van de gemachtigde legde de inspecteur een navorderingsaanslag op.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was, mede omdat het bezwaarschrift tijdig per fax was ingediend. De kern van het geschil betrof de vraag of de navorderingsaanslag terecht was opgelegd op grond van artikel 16, tweede lid, onderdeel c van de AWR, dat navordering toestaat bij een fout die de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is.
De rechtbank stelde vast dat de te weinig geheven belasting ruim 25% van de verschuldigde belasting bedroeg en dat belanghebbende van zijn gemachtigde een duidelijk overzicht had ontvangen waaruit bleek dat de aanslag te laag was. De exacte oorzaak van de fout (in het aangifteprogramma of bij verwerking door de belastingdienst) deed niet ter zake. Ook de heffingsrente werd terecht berekend, omdat geen van de wettelijke beginselen aanleiding gaf tot vermindering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 31 augustus 2012 gedaan door rechter W.A.P. van Roij.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag is terecht opgelegd.