ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9475
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale aftrek hypotheekrente bij onverdeeld eigendom zonder fiscaal partnerschap
Belanghebbende en haar ex-partner kochten in 2007 samen een woning, ieder voor de helft, gefinancierd met een hypothecaire lening waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn. In 2008 vertrok de ex-partner uit de woning. Belanghebbende gaf in haar belastingaangifte aan dat zij 100% van de belastbare inkomsten uit eigen woning in aanmerking nam, terwijl de inspecteur slechts 50% accepteerde.
De rechtbank overwoog dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de hypotheekrente volledig op haar drukt, mede gelet op de hoofdelijke aansprakelijkheid en het ontbreken van een overeenkomst die dit anders bepaalt. Ook was er geen sprake van fiscaal partnerschap, waardoor artikel 3.121 Wet IB 2001 van toepassing is, dat de aftrek beperkt tot het deel van de schuld dat op de belastingplichtige drukt.
Verder wees de rechtbank het beroep op een toezegging van de inspecteur af, omdat belanghebbende dit niet aannemelijk kon maken. Ook het beroep op een oud besluit van de staatssecretaris werd verworpen omdat dit niet meer van kracht is onder de Wet IB 2001.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat belanghebbende slechts recht heeft op 50% van de belastbare inkomsten uit eigen woning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Belanghebbende heeft slechts recht op 50% van de belastbare inkomsten uit eigen woning; beroep wordt ongegrond verklaard.