ECLI:NL:RBBRE:2012:BX8230
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen hogere aftrek begrafeniskosten voor weduwe dan haar erfdeel
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de aftrek van begrafeniskosten in de inkomstenbelasting over 2008. De weduwe van de overledene stelde dat zij de volledige begrafeniskosten had voldaan en deze integraal mocht aftrekken. De inspecteur van de Belastingdienst accepteerde echter slechts een aftrek van een derde van de kosten, gelijk aan het erfdeel van de weduwe.
De rechtbank stelde vast dat uit de notariële verklaring van erfrecht bleek dat twee derde van de begrafeniskosten ten laste van de erfdelen van de kinderen kwam. Hoewel de echtgenote het vruchtgebruik kreeg van het deel van de nalatenschap dat zij niet erfde, betekent dit niet dat zij ook de kosten daarvan draagt. De wettelijke verdeling en de verklaring van erfrecht maken duidelijk dat de kosten verdeeld zijn naar erfdeel.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin volledige aftrek mogelijk was als sprake was van een dringende morele verplichting en geen verhaal op mede-erfgenamen, maar stelde dat die situatie hier niet aan de orde was. De weduwe kon niet aantonen dat zij meer dan haar civielrechtelijk aandeel had betaald zonder verhaal.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 17 juli 2012 gedaan en op 30 juli 2012 aan partijen verzonden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de weduwe niet meer begrafeniskosten kan aftrekken dan haar erfdeel.