ECLI:NL:RBBRE:2012:BX0711
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning op grond van gelijkheidsbeginsel en meerderheidsregel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €207.000. De rechtbank oordeelde dat op de waardepeildatum drie identieke woningen lager waren gewaardeerd dan de woning van belanghebbende, terwijl geen identieke woningen hoger waren gewaardeerd. Dit leidde tot een beroep op het gelijkheidsbeginsel en de meerderheidsregel.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met de wateroverlast in de kruipruimte van de woning, wat een waardedrukkende factor is. Belanghebbende had ook aannemelijk gemaakt dat hij bij de aankoop niet op de hoogte was van deze overlast. De heffingsambtenaar kon geen overtuigend bewijs leveren dat de vastgestelde waarde juist was.
Op basis van het gemiddelde van de drie identieke objecten werd de WOZ-waarde verlaagd naar €194.000. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter W.A.P. van Roij en griffier M.D.E. Copra-Carolie op 4 april 2012.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €194.000 en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.