ECLI:NL:RBBRE:2012:BX0708
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning op €196.000 wegens schending meerderheidsregel en gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €216.000. De rechtbank heeft onderzocht of deze waarde correct was, mede aan de hand van vergelijkbare objecten en de toepassing van het gelijkheidsbeginsel.
Ter zitting is vastgesteld dat drie identieke objecten lager gewaardeerd waren dan de woning, terwijl er geen identieke objecten hoger gewaardeerd waren. Dit leidt tot schending van de meerderheidsregel, een onderdeel van het gelijkheidsbeginsel. Ook is vastgesteld dat de woning te hoog gewaardeerd was ten opzichte van vergelijkbare objecten, mede door wateroverlast in de kruipruimte die niet in de waardering was meegenomen.
De rechtbank heeft daarom de waarde van de woning vastgesteld op €196.000, de door belanghebbende bepleite waarde. Tevens zijn de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd en is de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en andere redelijke kosten van belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €196.000 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd.