ECLI:NL:RBBRE:2012:BW9330
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag loonbelasting bij wisseling van auto door werknemer
Belanghebbende was in 2010 in dienst bij dezelfde werkgever en had gedurende dat jaar twee verschillende auto’s van de zaak ter beschikking: een [Auto A] van 1 januari tot 30 juli en een [Auto B] van 28 september tot 31 december. Belanghebbende beschikte over een Verklaring geen privé-gebruik auto, maar trok deze in toen met de tweede auto wel meer dan 500 km privé werd gereden.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op over het tijdvak waarin de eerste auto ter beschikking stond, omdat volgens de wet het voordeel op kalenderjaarbasis wordt vastgesteld en de auto geacht wordt ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld tenzij privégebruik onder 500 km is. Belanghebbende voerde aan dat deze naheffing onterecht is omdat hij de eerste auto niet privé heeft gebruikt en dat de regeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht.
De rechtbank oordeelt dat de situatie van belanghebbende anders is dan die van werknemers die van werkgever wisselen en dat er geen sprake is van een onevenredige ongelijke behandeling. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid en heeft deze niet overschreden. Ook het beroep op het eigendomsrecht faalt omdat de belastingmaatregel binnen de marges van de 'fair balance' blijft. De naheffingsaanslag is correct berekend en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag loonbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.