ECLI:NL:RBBRE:2012:BW9275
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering successierecht aanslag na verkrijging appartement krachtens legaat
Belanghebbende, een legataris, betwist dat zij het appartement heeft verkregen krachtens erfrecht omdat de betaling niet tijdig plaatsvond zoals in het testament was bepaald. De rechtbank oordeelt dat de notariële akte het vermoeden schept dat het appartement via afgifte van het legaat is verkregen en niet via koop. Belanghebbende slaagt er niet in dit vermoeden te ontzenuwen.
De waarde van het appartement ten tijde van de verkrijging is vastgesteld op € 340.335,14, hoger dan de door belanghebbende gestelde lagere waarde. Ook het late betalen van de koopsom leidt niet tot het oordeel dat het appartement niet krachtens erfrecht is verkregen, aangezien erfgenamen en belanghebbende nadere betalingsafspraken mochten maken.
Verder wordt vastgesteld dat belanghebbende recht heeft op een vrijstelling op grond van de Successiewet 1956 omdat zij ruim drie jaar met de erflater heeft samengewoond. De aanslag wordt verminderd tot een bedrag berekend over een verkrijging van f 70.554 (€ 32.016,01), rekening houdend met verrekening van buitenlands recht. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag successierecht wordt verminderd en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.