ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8718
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting intracommunautaire verwervingen door vrijgestelde ondernemer
Belanghebbende, een besloten vennootschap die een tandtechnisch laboratorium exploiteert, verricht uitsluitend vrijgestelde prestaties en kocht in 2007 en 2008 goederen in Duitsland en België voor bedragen onder de €10.000 per jaar. Deze goederen werden geleverd met toepassing van het 0%-tarief omdat belanghebbende haar Nederlandse BTW-nummer aan de leveranciers verstrekte.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat ingevolge artikel 37b van de Wet op de omzetbelasting 1968, ondanks de vrijstelling en de drempel van €10.000, belanghebbende in Nederland omzetbelasting verschuldigd is over deze intracommunautaire verwervingen. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat zij geen intracommunautaire verwervingen verrichtte.
De rechtbank oordeelt dat de goederen inderdaad als intracommunautaire verwervingen moeten worden aangemerkt en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De stelling dat de leveranciers verantwoordelijk zijn voor het gebruik van het BTW-nummer wordt verworpen. Ook een overschrijding van de redelijke termijn voor uitspraak op bezwaar leidt niet tot gegrondverklaring van het beroep.
De verzuimboete wordt gehandhaafd omdat belanghebbende geen omstandigheden heeft aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen. De overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door een verlaging van de boete. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting op intracommunautaire verwervingen is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.