ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8691
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag wegens niet tijdige herinvestering herinvesteringsreserve
Belanghebbende had in 1999 een vervangingsreserve gevormd bij verkoop van verhuurde panden, die vanaf 2001 als herinvesteringsreserve gold en uiterlijk eind 2003 had moeten worden aangewend. De inspecteur heeft deze reserve niet belast in 2003 of bij de primitieve aanslag over 2004, maar vorderde later navordering over 2004.
De rechtbank oordeelt dat navordering niet mogelijk is omdat er geen nieuw feit is dat navordering rechtvaardigt en het jaar 2004 niet meer openstond na de primitieve aanslag. De foutenleer biedt geen grond voor navordering omdat de fout in 2003 had moeten worden hersteld en niet meer in 2004.
De rechtbank vermindert daarom de navorderingsaanslag met €73.773, waardoor het belastbaar bedrag uitkomt op €21.961. Daarnaast wordt de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en moet het griffierecht worden vergoed.
De rechtbank behandelt ook een correctie van management fees, waarbij een deel van de kosten niet wordt geaccepteerd wegens gebrek aan inzicht in de berekening. De rechtbank bevestigt dat de correctie terecht is.
De uitspraak is onherroepelijk tenzij binnen zes weken hoger beroep wordt ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van €21.961 wegens ontbreken van een nieuw feit en niet tijdige herinvestering.