ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8108
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar naheffingsaanslag omzetbelasting onterecht
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 27 juli 2007 tot en met 31 december 2009, inclusief boete en heffingsrente. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een motivering. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet heeft voldaan aan de zorgvuldigheidseisen, omdat belanghebbende niet is gewezen op de fatale termijn en de mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij overschrijding daarvan.
De rechtbank stelt vast dat de inspecteur belanghebbende wel meerdere malen in de gelegenheid heeft gesteld het bezwaar te motiveren, maar bij de laatste termijn niet heeft gewezen op de consequenties van overschrijding. Hierdoor is het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de uitspraken op bezwaar.
De zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur om opnieuw uitspraken op bezwaar te doen. Tevens veroordeelt de rechtbank de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd.