ECLI:NL:RBBRE:2012:BW6775
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen herinvesteringsreserve bij wezenlijke wijziging onderneming na verkoop café en start brasserie
Belanghebbende exploiteerde tot 1 oktober 2007 samen met familie een café in een vennootschap onder firma. Vervolgens werd een nieuwe vennootschap opgericht voor de exploitatie van een brasserie op een andere locatie. De exploitatie van het café werd verkocht, waarbij een bedrag werd ontvangen voor de goodwill.
Belanghebbende wilde een herinvesteringsreserve (HIR) vormen voor de gerealiseerde goodwill bij de verkoop van het café, maar de inspecteur weigerde dit. De rechtbank oordeelde dat de exploitatie van de brasserie wezenlijk afwijkt van die van het café, onder meer door een andere locatie, inrichting, sfeer, menukaart en doelgroep.
De rechtbank concludeerde dat de identiteit van de onderneming niet behouden is gebleven en dat er daarom geen ruimte is voor het vormen van een HIR. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de identiteit van de onderneming wezenlijk is gewijzigd en wijst het beroep af, waardoor geen herinvesteringsreserve kan worden gevormd.