ECLI:NL:RBBRE:2012:BW5845
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- C.A.F.M. Stassen
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op dividendbelastingvrijstelling voor aandelenbelang als belegging
Belanghebbende, een investeringsvennootschap gevestigd in Cyprus, had in 2006 een aandelenbelang in Royal Dutch Shell Plc dat minder dan 0,03% van de uitstaande aandelen bedroeg. Over ontvangen dividend werd dividendbelasting ingehouden. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze inhouding en stelde dat zij recht had op vrijstelling op grond van de deelnemingsvrijstelling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat belanghebbende het aandelenbelang enkel als belegging heeft gehouden en niet als onderdeel van haar normale onderneming. De verklaring van de directeur over de strategische relatie met Shell was te algemeen en onvoldoende specifiek om het belang als meer dan een waardepapier aan te merken. Ook was niet aannemelijk dat het aandelenbezit de samenwerking met Shell daadwerkelijk bevorderde.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 4, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 en artikel 13 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het beroep werd ongegrond verklaard en de inhouding van dividendbelasting bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het aandelenbelang slechts als belegging werd gehouden en geen recht op dividendbelastingvrijstelling bestaat.