ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4014
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- N.C.G. Gubbels
- Rechtspraak.nl
Aftrek partner- en kinderalimentatie bij duurzaam gescheiden huwelijk
Belanghebbende was sinds maart 2007 duurzaam gescheiden van zijn echtgenote, maar zij en de kinderen bleven in de voormalige echtelijke woning wonen. Gedurende 2007 heeft belanghebbende via een gezamenlijke bankrekening en Visacard bedragen betaald ten behoeve van zijn vrouw en kinderen. De rechtbank stelt vast dat deze betalingen voortvloeien uit de onderhoudsverplichting zoals bedoeld in artikel 1:81 juncto Pro 1:82 BW, ook al was de partneralimentatie bij voorlopige voorziening op nihil gesteld.
De rechtbank beoordeelt dat de totale betalingen van € 46.653 redelijkerwijs kunnen worden verdeeld in € 32.191 partneralimentatie en € 2.394 kinderalimentatie, conform de behoefteberekening van de rechtbank ’s-Hertogenbosch. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende zich gedrongen voelde tot deze betalingen en dat deze daadwerkelijk op hem hebben gedrukt.
De inspecteur had de aftrek van partneralimentatie betwist en slechts een beperkte aftrek voor kinderalimentatie geaccepteerd. De rechtbank verklaart het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 7.455. Tevens veroordeelt zij de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt recht op aftrek van partner- en kinderalimentatie, waardoor de aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 7.455.