ECLI:NL:RBBRE:2012:BW3821
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing winst bij verkoop boerderij met onderscheid ondernemings- en privévermogen
Belanghebbende, een veehouder, kocht in 1999 een boerderij met stallen waar zijn zoon vervolgens een onderneming exploiteerde. De rechtbank oordeelde dat de bedrijfsgebouwen met ondergrond verplicht ondernemingsvermogen vormen, terwijl het woonhuis, tuin en cultuurgrond keuzevermogen zijn, waarvoor belanghebbende koos voor privévermogen.
In 2003 werden de bedrijfsgebouwen gesloopt en ontving belanghebbende een subsidie, welke als winst uit onderneming werd belast. Bij de verkoop van de boerderij in 2004 werd de winst belast voor zover die betrekking had op de ondergrond van de voormalige stallen.
De inspecteur stelde dat de gehele winst belastbaar was, maar de rechtbank volgde dit niet. De winst op het woonhuis, tuin en cultuurgrond werd niet als winst uit onderneming aangemerkt, mede omdat de wijziging van agrarische naar woonbestemming voor iedereen kenbaar en realiseerbaar was. De navorderingsaanslag werd vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd omdat alleen de winst op de bedrijfsgebouwen met ondergrond belastbaar is als winst uit onderneming, de rest van de boerderij is privévermogen.