ECLI:NL:RBBRE:2012:BW1628
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Prenger
- Peeters
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor oplichting, verduistering en bedrieglijke bankbreuk bij beleggersfraude
Verdachte heeft tussen januari 2005 en oktober 2008 ongeveer veertig personen overgehaald hun vermogen door hem te laten beleggen, waarbij hij hoge rendementen van 10 tot 15% garandeerde. Hij verstrekte valse of vervalste overzichten om deze rendementen te tonen, maar belegde het geld niet daadwerkelijk. Uiteindelijk verdween circa 2,2 miljoen euro.
Daarnaast pleegde verdachte faillissementsfraude door tijdens zijn faillissement baten niet te verantwoorden en opbrengsten van de verkoop van sieraden aan de boedel te onttrekken. Verdachte hield geen nauwkeurige administratie bij en mengde privégelden met beleggersgelden.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte oplichting, verduistering en bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd. De benadeelde partijen en de curator worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen omdat deze slechts ter verificatie bij de curator kunnen worden ingediend.
Gezien de ernst van de feiten en het grote aantal slachtoffers legt de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarbij rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan rechthebbenden wordt gelast.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor oplichting, verduistering en bedrieglijke bankbreuk.