ECLI:NL:RBBRE:2012:BW0396
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering heffingsrente na fout bij voorlopige teruggaaf in inkomstenbelasting 2008
Belanghebbende diende haar aangifte inkomstenbelasting 2008 in, waarbij door een inleesfout bij de geautomatiseerde verwerking een te lage voorlopige aanslag werd vastgesteld, wat leidde tot een te hoge voorlopige teruggaaf inclusief vergoede heffingsrente.
Bij de definitieve aanslag werd deze fout hersteld en werd heffingsrente in rekening gebracht. De inspecteur verklaarde ter zitting bereid te zijn de heffingsrente ambtshalve te verminderen tot het bedrag dat aanvankelijk ten onrechte was vergoed.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de heffingsrente betrof, vernietigde de uitspraak op bezwaar tegen de beschikking heffingsrente en verminderde de heffingsrente tot € 94. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat belanghebbende geen recht had op de alleenstaande-ouderkorting, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij haar dochter in belangrijke mate had onderhouden.
De rechtbank gelastte tevens vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De heffingsrente wordt verminderd tot € 94 en het beroep is gegrond voor zover het de heffingsrente betreft.