ECLI:NL:RBBRE:2012:BV5600
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking visvergunning vanwege niet direct terugzetten van kreeften buiten seizoen
De zaak betreft de intrekking van een visvergunning voor vaste vistuigen in de Oosterschelde vanwege het niet onmiddellijk terugzetten van gevangen kreeften buiten het kreeftenseizoen. De controle op 14 maart 2011 toonde aan dat in de kubben van eiser geboeide kreeften waren aangetroffen, wat in strijd is met het vergunningvoorschrift.
Eiser betwist de overtreding en voert aan dat hij de kreeften altijd terugzet en dat de geboeide kreeften het gevolg zijn van sabotage door een concurrent. De rechtbank acht dit onvoldoende aannemelijk en concludeert dat eiser verantwoordelijk is voor de overtreding.
Hoewel de intrekking van de vergunning een passende sanctie is, vindt de rechtbank de periode van 4 weken niet evenredig gezien het geringe aantal kreeften en de economische impact. De intrekking wordt daarom beperkt tot 2 weken. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan eiser vergoed.
Uitkomst: De intrekking van de visvergunning wordt beperkt tot 2 weken wegens onevenredigheid van de oorspronkelijke 4 weken.