ECLI:NL:RBBRE:2011:BV0679
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor basissalaris profsporter bij buitenlandse werkzaamheden
Belanghebbende, een profsporter in dienst bij een Nederlandse sportclub, stelde beroep in tegen de belastingaanslag over 2002 vanwege onenigheid over de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting op zijn basissalaris voor in het buitenland verrichte werkzaamheden.
De kern van het geschil betrof de vraag of ook de dagen tijdens buitenlandse trainingskampen in aanmerking komen voor aftrek. De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 9 februari 2007, waarin is bepaald dat het basissalaris tijdsevenredig moet worden toegerekend aan persoonlijke werkzaamheden in het buitenland, waaronder publieksgerichte optredens en daarmee samenhangende activiteiten.
De rechtbank oordeelt dat trainingskampen niet in direct verband staan met publieksgerichte optredens, zodat hiervoor geen aftrek wordt verleend. Wel wordt aftrek toegekend voor dagen waarop belanghebbende in het buitenland verbleef voor wedstrijden met zijn club en het nationale team. Tevens wordt de noemer van de voorkomingsbreuk vastgesteld op 230 dagen, rekening houdend met vrije dagen en vakantiedagen volgens de CAO.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag en veroordeelt de inspecteur in proceskosten en immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor 13 dagen buitenlandse werkzaamheden, exclusief trainingskampen.