ECLI:NL:RBBRE:2011:BV0668
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herinvesteringreserve niet belast in 2005 wegens staking onderneming in 2002
Belanghebbende dreef een kinderdagverblijf dat in 2002 werd verkocht aan een stichting, waarna de exploitatie werd overgenomen. Bij deze verkoop werd een herinvesteringreserve (HIR) gevormd op de fiscale balans van belanghebbende.
De inspecteur stelde dat de HIR in 2005 moest vrijvallen en legde een aanslag op. Belanghebbende betwistte dit, stellende dat zij haar onderneming niet had gestaakt. De rechtbank oordeelde echter dat sprake was van staking van de onderneming in 2002, omdat alle activa en de exploitatie waren overgedragen.
De rechtbank stelde vast dat de boekwinst bij verkoop in 2002 belast had moeten worden en dat de inspecteur de fout had moeten herstellen via een navorderingsaanslag over 2002. De aanslag over 2005 werd verminderd tot nihil en het verlies vastgesteld op € 11.193.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen en griffier M. Jansen op 18 november 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslagen over 2005 tot nihil omdat de onderneming in 2002 is gestaakt.