ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2833
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde tussenappartement met vergelijking penthouse
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn tussenappartement, die was vastgesteld op €1.352.000. De heffingsambtenaar baseerde deze waarde op een taxatierapport waarin een penthouse in hetzelfde gebouw als vergelijkingsobject werd gebruikt. De rechtbank oordeelde dat hoewel het penthouse het best vergelijkbare object was, onvoldoende rekening was gehouden met het feit dat een penthouse doorgaans in een hogere prijsklasse valt dan een tussenappartement.
De rechtbank stelde vast dat de inhoud van het penthouse en het appartement significant verschilden, en dat de lagere waarde per kubieke meter voor het penthouse onvoldoende verklaard was door het afnemend grensnut. Belanghebbende had zelf een lagere waarde voorgesteld, maar deze was onvoldoende onderbouwd omdat er geen rekening werd gehouden met de inhoud van de appartementen.
De rechtbank stelde de waarde van het appartement zelf vast op €1.168.000, inclusief correcties voor garage, berging en terras. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het tussenappartement wordt vastgesteld op €1.168.000 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd.