ECLI:NL:RBBRE:2011:BT6775
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beslissing inspecteur om geen aangiftebiljetten omzetbelasting uit te reiken
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de inspecteur om vanaf 2001 geen aangiftebiljetten omzetbelasting meer aan haar uit te reiken. De rechtbank oordeelt dat deze beslissing weliswaar een besluit is, maar geen belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking.
Volgens artikel 26, eerste lid, van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) kan alleen beroep worden ingesteld tegen een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking. Hierdoor geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen in het belastingrecht. Belanghebbende kan daarom niet tegen dit besluit opkomen.
De rechtbank overweegt dat belanghebbende eerst bezwaar moet maken tegen een besluit voordat beroep kan worden ingesteld. Om redenen van proceseconomie zal het beroepschrift niet als bezwaar worden doorgezonden, omdat het bezwaar sowieso niet ontvankelijk is. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de juistheid van de naheffingsaanslag over 2000, die volgde op het niet langer aanmerken van belanghebbende als ondernemer, in de beroepsprocedure tegen die naheffingsaanslag kan worden beoordeeld.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van immateriële schade en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de inspecteur om geen aangiftebiljetten omzetbelasting uit te reiken wordt niet-ontvankelijk verklaard.